HOME
19-11-2010
Historische Studiegroep "Land van Kessel"
Bree, later Maasbree genoemd.
Ligging.
-
-
Maasbree ligt aan de westzijde van de Maas, ongeveer 10 km van Venlo. De kom
van het dorp wordt gevormd door de Dorpsstraat, die zich als een lint
uitstrekt van west naar oost. Tot Maasbree behoren de gehuchten Rooth, Lange
en Korte Heide, Tongerlo, Schoorveld, Heeske, Rinkensfort en Dubbroek. Deze
gehuchten worden in de oude schatrekeningen al genoemd.
- De
laatste decennia zijn er in Maasbree veel nieuwbouwwijken verrezen. Zodoende
is het landelijk agrarisch karakter van het dorp aan het verdwijnen en is
Maasbree een forensendorp geworden.
Korte geschiedenis.
- Het
dorp Bree wordt voor de eerste keer genoemd in een akte uit het jaar 1240
waarbij Diederik, Heer van Altena, vele rechten schonk aan de monniken van het
pas gestichte klooster St. Elisabethsdal bij Nunhem. Ook in Bree had heer
Diederik bepaalde rechten die hij aan de kloosterlingen gaf, onder andere een
derde deel van de gehele korentiende (tiende deel van alle gewas, dat halm of
stengel droeg) en het recht om een persoon voor te dragen die in Bree het
pastoorsambt mocht gaan bekleden. Uit deze oorkonde blijkt dus duidelijk, dat
Bree in 1240 bestond als gemeenschap en dat er een kerk was. De kloosterlingen
van St. Elisabethsdal hebben van deze rechten gebruik gemaakt tot ze in 1797
door de Fransen verdreven werden.
- Het
bestuur van het dorp werd, zoals reeds vermeld, tot de komst van de Fransen
gevormd door de schepenbank. Aan het hoofd hiervan stond een schout, die door
de Heer benoemd werd. Wat Bree betreft kwam dit recht, evenals de andere
heerlijke rechten achtereenvolgens toe aan de graaf (later hertog) van Gelre,
de hertog van Bourgondië en de koning van Spanje. Op 25 mei 1674 kocht de Heer
van Arcen, die door erfenis in het bezit van Huis Bree gekomen was, deze
rechten van de Spaanse koning. Deze laatste verkocht rond diezelfde tijd
vanwege geldgebrek verschillende Heerlijkheden in het Land van Kessel. Tussen
1740 en 1746 moet er iets gebeurd zijn, waardoor er bij het Hof van Gelder een
proces aanhangig werd gemaakt tussen de Heer van Bree en de Koning van
Pruisen. We kennen slechts het vonnis over deze zaak, dat ertoe leidde dat de
heerlijke rechten aan de Koning terug vielen. De Heer van Arcen kreeg de
koopsom, die in 1674 betaald was, terugbetaald.
- De
schepenen maakten koop- en verkoopakten en testamenten op en wezen recht in
civiele en criminele zaken. Wanneer zij zichzelf niet bekwaam achtten tot het
doen van een uitspraak, konden ze te rade gaan in Kessel (hoofdvaart), en
eventueel bij het Hoofdgerecht in Roermond. De opgemaakte akten werden
gewaarmerkt met een zegel, waarop Sint Aldegundis staat afgebeeld met
kromstaf, opengeslagen boek, kerk met torentje en wapenschild met adelaar.
-
- De
bestuurlijke taak van de schepenen kwam op het volgende neer:
-
·
de afdracht van de
'bede', een soort belasting, die aan de Heer van het land betaald moest
worden;
-
·
het innen van de
belastingen
-
·
het zorgen voor de
aanstelling van vroedvrouwen en onderwijzers;
-
·
het zorgen voor de
begaanbaarheid van wegen en het verzorgen (onderhouden) van waterlopen.
Hierbij kon de schepenbank de inwoners verplichten tot het verrichten van
hand- en spandiensten;
-
·
zorgen voor de
veiligheid van de burgers door het aanstellen van schutten en veldwachters.
Bijna alle bewoners voorzagen in hun
levensonderhoud door te werken in de landbouw en veeteelt. Er lagen enkele
grotere boerderijen in Bree, onder andere de Kerckenhof, hof Tongerlo, de hof
aengen Eijnde, Baelshof, de grote en de kleine Westeringsehof en Haenenhof. Deze
hoeven waren eigendom van adellijke heren of welgestelde burgers uit andere
plaatsen en soms van kerken of kloosters. Ze werden bewerkt door een halfman
die, zo blijkt al uit de benaming, de helft van de opbrengst van de hoeve aan de
eigenaar moest afstaan. Ook hadden sommige inwoners een klein boerderijtje in
eigendom, terwijl anderen als dagloner de kost moesten zien te verdienen.
Natuurlijk waren er ambachtslieden zoals timmerlui, metselaars, dakdekkers,
schoen- en klompenmakers, smeden en brouwers, maar die hadden toch meestal ook
een boerenbedrijfje.
-
- Aan
het betalen van belasting ontkwam niemand, of men moest wel heel erg arm zijn.
Op de eerste plaats waren er de tienden (het tiende deel van de opbrengst),
niet alleen van granen maar ook van vee. Verder rustten op elk stuk grond de
z.g. tijnsrechten, die meestal in natura betaald moesten worden aan heren,
kloosters of aan de kerk. Ook de gemeente hief ieder jaar belastingen op
grond, vee, personen en ambachten. Dit noemde men de schattingen.
-
Armen, weduwen en wezen waren talrijk. Zij werden onderhouden door een soort
stichting, 'Den Armen' genaamd. De stichting 'Den Armen' in Bree beschikte
over geld en landerijen. Ze bezat zelfs een boerderij aan de Lange Heide, die
'Den Armenhof' werd genoemd en die bewoond werd door een pachter. Met de
opbrengsten van al deze bezittingen werd de minder bedeelde medemens
onderhouden.
-
Bij de oostgrens van het dorp, in het
gebied waar nu boerderij De Plaats ligt, stond voorheen een Riddermatig Huis,
het Huis Bree geheten. Dit Huis is hoogstwaarschijnlijk in handen geweest van de
familie Van Brede. De vroegste schriftelijke vermelding van Huis Bree dateert
uit 1431, toen Willem Brant die Roever er door de hertog van Gelre mee werd
beleend. Deze Willem Brant was een zoon van Johan die Roever en Griet van Brede,
een dochter van Willem Brant van Brede. De Roevers waren schepenen in Den Bosch
en hebben Huis Bree zeker niet zelf bewoond, evenmin als de adellijke families,
die het na hen in handen kregen. Zij lieten het beheren door een rentmeester.
Het had voor hen waarde, omdat riddermatige afkomst én het bezit van een
riddermatig goed hen toegang verschafte tot de Staten van het Overkwartier,
waardoor zij vrijgesteld waren van het betalen van sommige belastingen. Door
vererving via de vrouwelijke lijn kwam het Huis op 16 januari 1643 in handen van
Reinier van Gelre, heer van Arcen. Vanaf die tijd werd het vaak 'Huis Aarssen'
genoemd. Blijkens een tekening van Jan de Beijer uit 1738 verkeerde Huis Bree in
die periode in een zeer slechte toestand. Wanneer het precies is verbouwd, is
niet bekend.
Aan de westkant van Bree lag Huis
Westering. Oorspronkelijk was dit een boerenhofstede, waarvan blijkens een akte
uit 1451 een tak van de familie Van Brede eigenaar was. Door huwelijk kwam het
in handen van de Roermondse schepenfamilie Van Lom. Hendrik van Lom verbouwde de
boerderij tot Huis Westering en ging er met zijn gezin wonen. Hij en zijn
echtgenote, Adriana op den Bergh, werden als eigenaars van een grafkelder
begraven in de kerk van Bree. De Van Loms hebben Huis Westering bewoond tot de
laatste telg uit dit geslacht, Joseph Arnolt, het goed in 1766 schonk aan Jan
Frederik Karel van der Marck uit Eelen bij Maaseik, die vanwege deze schenking
Joseph Arnolt tot zijn dood moest onderhouden. Vaak is Huis Westering nadien nog
van eigenaar verwisseld. Het werd altijd door pachters bewoond tot de familie
van Osch het in 1934 kocht en het in 1938 ging bewonen. In de laatste
oorlogsdagen van 1944 werd het door Engelse granaten tot puin geschoten.
-
- De
kerk vormde letterlijk en figuurlijk het middelpunt van het dorp. Men werd er
gedoopt, trouwde er en werd vanaf deze plaats naar zijn laatste rustplaats op
het kerkhof gebracht. De pastoor werd bij de zielzorg geholpen door een
kapelaan. Sommige pastoors lieten het ambt uitoefenen door een vervanger, die
zij dan zelf betaalden. Na het Concilie van Trente (1545-1563) is aan deze en
andere misstanden in de kerk langzaam maar zeker een einde gekomen.
- Op
16 september 1786 (Sint Cornelisdag) werd Bree getroffen door een felle brand.
Uit een schatrekening van het jaar 1787 blijkt, dat 18 huizen door het vuur
verloren gingen. De gedupeerden werden in laatstgenoemd jaar vrijgesteld van
het betalen van de hoofdschat.
-
- De
gemeente Maasbree
-
- In
1793 kwamen de Franse legers ook in onze streken 'vrijheid, gelijkheid en
broederschap' brengen. Zij belegerden Venlo, maar konden deze stad niet
innemen. Na de nederlaag bij Neerwinden (in de nabijheid van Leuven) op 18
maart 1793 moesten zij de door hen veroverde gebieden verlaten. Een jaar later
keerden zij echter terug en bezetten onze streken.
- Een
geheel nieuwe bestuursorganisatie kwam tot stand. Het land werd verdeeld in
departementen, arrondissementen en kantons. Bree behoorde tot het kanton
Horst, het arrondissement Kleve en het departement van de Roer. Gemeenten met
minder dan 5000 inwoners werden bij elkaar gevoegd tot één 'mairie'. Blerick,
Baarlo en Bree vormden samen de Mairie de Bree, later de gemeente Maasbree.
Het bestuur bestond uit een 'maire' (burgemeester), een of meer 'adjoints' en
een 'conseil municipal' (gemeenteraad).
- Er
deden zich meer veranderingen voor. Zo verloren adel en geestelijkheid hun
rechten, maar voor de gewone man veranderde er weinig of niets ten goede. De
belastingen en leveranties aan het Franse leger waren schrikbarend hoog en in
veel gezinnen heerste angst en onzekerheid over het lot van zoons of broers,
die gedwongen dienst moesten nemen in het Franse leger en van wie er
verschillenden nooit naar huis zijn teruggekeerd.
- Aan
de Franse overheersing hebben we o.a. de burgerlijke stand, het kadaster, het
burgerlijk wetboek en de dienstplicht overgehouden. Vooral dat laatste hebben
de mensen altijd heel erg gevonden, zeker omdat de dienstplicht in die tijd
vijf jaar duurde. Door het lot werd bepaald, of je tot de 'slachtoffers'
behoorde. De welgestelden konden de dienstplicht afkopen door een vervanger in
hun plaats te laten gaan, maar de gewone man had daar de middelen niet voor.
- In
1814 kwam er aan het Franse bewind een einde en een jaar later werden onze
streken bij het Koninkrijk der Nederlanden gevoegd. Van 1830-1839 hoorden
onze streken bij België, maar daarna werden we, als Hertogdom Limburg, weer
Nederlands.
-
- De
samenvoeging van Blerick, Baarlo en Bree is vanaf het begin minder succesvol
geweest. Blerick heeft verscheidene keren geprobeerd zelfstandig te worden,
wat niet gelukt is. In 1909 ondernamen B.en W. van Venlo voor het eerst een
poging om Blerick te annexeren. Uiteindelijk kwam de annexatie tot stand op 1
oktober 1940.
-
Baarlo en Maasbree gingen vanaf die datum tot beider tevredenheid verder als
gemeente Maasbree.
-
-
Literatuur:
-
M. Flokstra, De erfdochters van het Huis Bree
tot 1643, in Maasgouw 109 (1990), pag. 129-146.
-
M. Flokstra,. De heerlijke rechten van Maasbree (1674-1746), in Maasgouw 120
(2001), pag. 142.
-
P. Geuskens, De voormalige windmolen van Rijnkensvoirt, eertijds dwangmolen
voor Helden, in Maasgouw 101 (1982) kol. 10-15.
-
R. Hackeng, Inleiding bij de inventaris van de archieven van de Gemeente
Maasbree 1545-1939 (1958), Maastricht 1993.
-
P. Mulders-Thijssen, Huis Westering te Maasbree, in Castellogica, Verkenningen
Mededelingen van de Nederlandse Kastelen Stichting, 1997 2/3, pag. 249-256.
-
P. Mulders-Thijssen en L. Grubben, Dat waren de oorlogsjaren. Het dorp
Maasbree en ervaringen van Maasbreenaren in de jaren 1939-1945, Maasbree 1994.
-