PACHTCONTRACTEN GEVENHOF


door Jacques Rutten.                                                            

tekst in blauw geeft links aan naar onderliggende bladzijden


 
 
GEVENHOF  of HEIJNENHOF
 
Deze boerderij is een afsplitsing van Hoof. De gronden van Gevenhof maken dus deel uit van het leengoed Ten Hove, net als de kasteelhof, die in de volksmond altijd “Hoof” heet. Ietwat verwarrend.
Die splitsing zal ergens in de eerste helft van de zeventiende eeuw hebben plaatsgevonden. Op de kaart van 1734 (zie bij Hoof) zien we de gebouwen van Gevenhof links van Hoof. We zien er twee gebouwen, en woonhuis met stallingen en er tegenover de schuur. Dit is de klassieke opzet van de grotere Heldense boerderij.
Op het kaartje dat bij Hoof geplaatst is zien we hoe de akkers tussen Hoof en Gevenhof verdeeld waren. Hoof heeft iets meer grond, nl 17.04.00 ha tegen voor Heijnenhof 15.50.90 ha.[1] Hoof betaalt ook een iets hogere pachtsom, 29 malder, tegen 26 malder voor Gevenhof.
 
De hoeve dankt haar naam aan de pachters. Gevenhof werd bewerkt door de familie Geven. Waarschijnlijk is de familie de eerste pachtersfamilie op de hoeve. Bij de opmaking van het eerste pachtcontract dat we kennen, uit 1678, is de pachter Jacob Cluytmans, hij is getrouwd met Maria (Mercken) Geven.
De familie Cluytmans heeft niet lang geboerd op Gevenhof. Uit de aanvulling op het eerste contract in 1695 blijkt dat Jacob dan reeds gestorven is. In 1707 wordt de boerderij verpacht aan Hendrick Heijnen en Cunera Gommans.
 
In Helden zien we vaak dat families genoemd worden naar het goed waar ze wonen en werken. Voorbeelden: de familie(s) van Maris, Verlinden(?), van Dekeshorst, van Loon.
Maar ook zien we heel vaak dat de hoeve de naam van de pachtersfamie krijgt. Een goed voorbeeld is Loershof of Kartuizershof, die ook Winckenshof en Roosenhof genoemd wordt naar de tijdelijke pachtersfamilie. Rond 1800 heet Kartuizershof gewoon “Pachtershof”.
Gevenhof en Heijnenhof zijn ook duidelijk namen die naar de pachters verwijzen. De hoeve heeft geen eigen naam, al wordt ze in het eerste pachtcontract “Op de Hoff” genoemd. In het pachtcontract van 1707 treedt de pachter Hendrick Heijnen aan. Sindsdien zal wel de naam Heijnenhof geleidelijk ingang hebben gevonden. De familie Heijnen wordt opgevolgd door de familie van den Beuken, maar de naam blijft dan Heijnenhof.
 
Op 4 augustus 1809 wordt Heijnenhof verpacht aan Frederik Deman, die de hoeve ook al geruime tijd voordien in pacht had. Ik heb geen verdere onderzoek verricht naar de latere pachters.
 
In januari 1901 verkopen graaf de Meeus en zijn vrouw baronesse Louise d’Overschie, wonend op kasteel Bokrijk, al hun goederen in Helden. Waarschijnlijk zijn de gebouwen van Heijnenhof dan al gesloopt, want ze worden niet meer genoemd.
Door die verkoop valt het oude leengoed ten Hove in heel veel kleine stukjes uit elkaar, ook al koopt de familie Wilms de gebouwen van Hoof en enkele flinke lappen grond.

 

[1] Sociaal Hist Centr, Doc Nrd Limb, inv nr 27