Jacques Rutten;     Nr 252.  18-02-1762    RAL, Schepenbank Helden, inv nr 29, blz 247

tekst in blauw geeft links aan naar onderliggende bladzijden


 
Testament van Thijs Verlinden
 
Op heden den 18 february 1762 hebben wij, Theodor Gommans ende Dirck Engels, schepenen des gerichts ende heerlijckheyt Helden, secris present, ons vervoeght ten huyse van Thijs Verlinden inwoonder alhier, alwaer wij den selven eenighsints kranck naer 't lichaem, geadministreert met de H. sacramenten, edogh gaende en staende in sijn verstandt ende sinnen volcommen machtigh hebben bevonden. Overdenckende de broosheyt van sijn natuyre, sekerheyt des doodts ende d'onsekere uyre der selve, willende daeromme van sijne goederen, hem bij Godt van hemelrijck verleent, disponeeren. Der halven verclaerende bij forma van testament offte uyttersten wille, wel beraeden, daer toe onbedwongen offte verleydt van jemanden, sijne begeirte te wesen als volght:
Ten eersten beveelt hij sijne ziele, soo wanneer die door den wille Godts van sijn lichaem comt te scheyden, aen Godt almachtigh haeren schepper en zalighmaker ende sijn lichaem ter gewijder aerde ende christelijcke begraeffenisse.
Ten tweeden begeirt den testateur dat naer sijnen doot alle desselfs gereede goederen, actiën ende crediten, sullen devolveeren aen sijnen soone Andries Verlinden ende Maria Jeucken ehel[uyden], offte dessens wettige erffgen[aemen].                  Waertegens
Derdens door sijnen voorss soone Andries, dessens vrouwe offte wettige erffgen aenstonts naer des testateurs doot uytte gemelte gereede goederen sullen worden betaelt aen Godefrida Fusers, dochter van Peter Fusers ende Wilhelmina Verlinden gewesene ehel slgr, eene somme van hondert patts ganckbaer, offte voor de selve somme te stellen vaste hypoteque tegens interessen, immers tot tijdt aen wijle de voorss Godefrida Fusers mochte tot eenigen staeth commen als wanneer ten haere begeerte dese hondert pattacons sullen moeten worden uytgetelt.   Wie mede
Vierdens sal aenstonts naer 's testateurs doot uytgegeven ende gelevert worden aen de voorss Godefrida Fusers de kiste mette daerinne sijnde kleagie en lijnwaet, als oock negen patts twee schell[ingen] ganckbaer, geprovenieert van de daer uyt vercoghte effecten bij affsterven van Wilhelmina Verlinden naergelaeten ende alnoch bij den testateur berustende.
Vijffdens sal den voorss Andries, dessens vrouwe offte wettige erffgen gehouden sijn totten tijdt van 's testateurs doot te betaelen alle gereede schulden soo van schattingen als andersints, alreets verloopen en noch verder te verloopen, wie oock de kosten van begraeffenisse ende uytvaert vanden testateur ende
Sesdens begeirt hij testateur dat aenstonts naer sijne doot alle sijne wolle kleagie sal gegeven worden aen Gijsberth Cuijpers offte dessens vrouweElisabeth.
Sevendens ende ten lesten begeirt hij testateur wel expresselijck, soo verre desen sijnen uyttersten wille niet conde off mochte effect sorteeren als testament, dat den selven sulcx doet als codicil, contract, donatie inter vivos vel causa mortis gedaen offte andersints soo den selven allerbest naer rechten soude mogen bestaen, niet tegenstaende hierinne niet waeren geobserveert alle solenniteyten daer toe gerequireert, derogeerende de selve wel expresselijck, reserveerende nochtans soo dickwils te minderen ende te vermeerderen als hem testateur sal gelieven.
Des ter oirconde hebben wij voorss gerichts persoonen dese beneffens den testateur eygenhandigh onderteeckent, tot Helden, datum ut supra.
Waeren geteeckent;  Tijs Verlinden;  Theodor Gommans;  Dierick Engels;  mij present H.T. Cuijpers, secris.
                                   Accordat,  H.T. Cuijpers, secris